Ook in Italië begint men in te zien dat de zogenaamde vrijheid van het internet een dodelijk wapen is tegen het recht van de auteurs om te worden vergoed voor hun werk.
Enkele cijfers:

  • de kranten verloren de laatste twee jaar 800.000 lezers aan het internet, met name aan piraatsites die de krantenartikels verspreiden , zonder aan de auteurs of de rechthebbenden enige vergoeding te betalen.
  • op deze manier verliezen de kranten per jaar 5% van hun lezers.
  • de 350 illegale websites die de Italiaanse krantenartikels verspreiden genereren grote winsten die volledig in het “ zwart” worden geïncasseerd.

Veel van de bezoekers van deze sites beseffen onvoldoende dat zij het werk van anderen stelen door na te laten een vergoeding te betalen aan de auteur van de teksten, of de rechthebbenden.
Om dit fenomeen tegen te gaan, heeft het Italiaanse strafwetboek straffen bepaald voor de verspreiders van illegale content ten bedrage van € 15.000, en deze boetes gelden ook voor wie artikels zonder toestemming via chats verspreidt.

Het probleem in Italië, zoals bij ons, is dat de servers vanwaar die illegale content wordt verspreid zich vaak in het buitenland bevinden.
Buitenlandse overheden zijn vaak niet happig om informatie te verstrekken over de eigenaars van deze sites, en Amerikaanse webgiganten zijn evenmin erg behulpzaam: zij beseffen immers zeer goed dat een flink deel van de content die ze verspreiden illegaal is, maar denken alleen aan hun eigen winst.

De rechtbanken te Mechelen zijn op dit vlak pioniers gebleken in het aanpakken van deze weinig gewetensvolle multinationals, en met succes.
Het allerbeste wapen om de piraten van het web te houden, lijkt mij nog altijd het blokkeren van de piratensites te zijn op de nationale grondgebied. Dit systeem is zeker niet waterdicht, maar kan toch in flinke mate bijdragen tot de bestrijding van de piraterij.

Niets minder dan de persvrijheid staat immers op het spel, omdat de vrije pers niet kan overleven zonder dat haar medewerkers een billijke vergoeding krijgen voor hun werk.

Jules De Keersmaecker